Knijpkralen: Zo zet je een professionele sluiting op je sieraad
- Geplaatst op
Een strak afgewerkt sieraad begint bij de juiste eindafwerking. Met knijpkralen, een goede knijpkraaltang en een paar slimme trucs maak je van elke ketting of armband een professioneel eindresultaat.
Wat zijn knijpkralen en waarvoor gebruik je ze?
Knijpkralen zijn kleine metalen kraaltjes (ook wel crimp beads of crimps genoemd) die je gebruikt om rijgdraad of gecoat staaldraad af te sluiten en vast te zetten aan een slotje, oogje of verlengkettinkje. Ze zijn onmisbaar bij het maken van kettingen en armbanden op gecoat staaldraad (zoals Cenfill of Beadalon). Het RVS gecoat staaldraad is verkrijgbaar in verschillende diktes en kleuren.
Knijpkralen zijn verkrijgbaar in verschillende maten en metaalsoorten: van goudkleurig en zilverkleurig tot rosé goud en antiek brons. De meest voorkomende maten zijn1,5x2mm, 2x2 mm en 2x3 mm: kleiner voor fijner werk, iets groter voor steviger draad of wanneer je extra grip wilt. Zo is er voor ieder ontwerp en iedere draaddikte een passende maat.
Er zijn zelfs knijpkraaltjes met twist in zowel Sterling zilver als 14/10 Gold Filled. Deze geven een leuke afwerking en daarbij heb je geen aparte knijpkraalverberger nodig.
Het principe is eenvoudig: je rijgt de knijpkraal aan het einde van je draad, vouwt de draad terug door de kraal (met het slotje ertussen), en knijpt de kraal dicht. Klinkt simpel en dat is het ook, mits je het goed aanpakt.

De knijpkraaltang: jouw beste gereedschap
Wil je een strakke, ronde afwerking die ook nog eens steviger vastzit? Dan is een knijpkraaltang onmisbaar in je gereedschapskist. De knijpkraaltang is geschikt voor zowel ronde knijpkralen als knijpbuisjes. Gebruik je geen knijpkraaltang? Dan kun je een platbektang of punttangetje gebruiken. Een rondbektang gebruik je hiervoor het beste niet.
Een knijpkraaltang heeft twee speciale uitsparingen in de bek:
- De ovale uitsparing (achterste gleuf) vouwt de knijpkraal in een U-vorm, zodat de draad keurig in het midden gevangen zit.
- De ronde uitsparing (voorste gleuf) perst de gevouwen kraal vervolgens dicht tot een mooie, ronde tube.
Zo gebruik je de knijpkraaltang stap voor stap:
- Rijg de knijpkraal op het draadeinde, voeg het slotje of oogje toe en vouw het draadeinde terug door de knijpkraal.
- Schuif de kraal zo ver mogelijk naar het slotje - laat slechts een heel klein beetje speling over, zodat het slotje soepel beweegt maar er geen losse lus in de draad zit.
- Zet de knijpkraal in de ovale uitsparing en knijp voorzichtig samen. De kraal vouwt zich nu in een C-vorm, met de twee draadjes elk aan één kant.
- Draai de kraal 90 graden en zet hem in de ronde uitsparing. Knijp nogmaals samen. De kraal is nu een strakke, ronde tube.
- Knip het overtollige draadeinde zo dicht mogelijk af.
Het resultaat: een stevige, nette afwerking die er professioneel uitziet én goed vastzit.

Knijpkraalverbergers: de finishing touch
Wil je de knijpkraal helemaal aan het oog onttrekken? Gebruik dan knijpkraalverbergers, ook wel crimp covers of crimpdoppen genoemd. Dit zijn kleine, open bolletjes die je na het crimpen over de knijpkraal heen klapt. De knijpkraalverbergers sluiten zich als een kokertje om de afgewerkte knijpkraal heen en zien eruit als een gewone ronde kraal. Ideaal als je een strakke, ononderbroken lijn wilt in je ontwerp.
Ook een knijpkraalverberger sluit je met een platbektang of punttangetje, niet met een rondbektang. Dit geeft een knijpkraal namelijk een onregelmatige, geplette vorm. Het werkt wel, maar het ziet er niet uit.
Knijpkraalverbergers zijn verkrijgbaar in dezelfde metaalsoorten als knijpkralen, zodat je ze eenvoudig op elkaar kunt afstemmen.
Draadgeleiders: voor een soepele aansluiting
Bij fijner draad kan het draadeinde na het crimpen nog zichtbaar zijn of langs de eerste kraal schuiven. Een draadgeleider of draadbeschermer voorkomt dat en beschermt tegelijkertijd de draad op de meest kwetsbare plek - bij het slotje. Het draad loopt door de U-vormige draadgeleider, die je samen met het slotje rijgt voor de knijpkraal. Zo buigt het draad netjes om het oogje van het slotje heen zonder te knikken of te breken.

Oogje of slotje aanzetten: zo doe je dat
Voor het bevestigen van een slotje heb je twee opties, elk met hun eigen voordeel.
Optie 1: slotje direct meenemen bij het crimpen. Gebruik je een draadgeleider, dan rijg je het slotje - met een gesloten oogje - tegelijk mee in de draadgeleider vóór je crimpt. Het draad loopt dan via de draadgeleider om het gesloten oogje heen, wat een sterke en strakke verbinding geeft.
Optie 2: slotje achteraf bevestigen met een open oogje. Crimp je draad eerst af op een los eindoogje, en haak het slotje daarna via dat open oogje aan. Het voordeel hiervan is flexibiliteit: gaat het slotje ooit kapot, dan maak je het oogje even open, haal je het oude slotje eraf en hang je een nieuw slotje aan. Zo hoef je het hele sieraad niet opnieuw te maken.
Met de juiste materialen en een beetje oefening zet je in no-time een perfecte sluiting op elk sieraad dat je maakt.
Bekijk het volledige aanbod knijpkralen, knijpkraalverbergers, draadgeleiders en de nieuwe knijpkraaltang in de webshop van Ilona's Webgems - alles wat je nodig hebt voor een professionele afwerking, op één plek.